Historiek

1941 - 1946: de voorgeschiedenis

Aansluitingskaart van Daniël Decleir uit 1944 In 1941 bezetten de Duitse troepen reeds één jaar België. Om deze onaangename tijd iets aantrekkelijker te maken werd een toevlucht gezocht in het verenigingsleven. Naast wielrennen en voetballen die in die tijd reeds hoogdagen kende, kwam in Torhout ook de atletiek van de grond.
De grote bezieler was Martin Allemeersch, die enkele van zijn medestudenten en tevens Torhouts eerste atleten, Louis Deknock, Roger De Vrieze, André Haelewyn, Gerard Baert, August Jaques en André Geysens wist te overtuigen.
Er werd onder de naam "Sperregem atletiek sport" of kortweg S.A.S. een onderafdeling van Olympic Brugge opgestart. In korte tijd steeg het ledenaantal van 7 naar 50 en S.A.S. werd de sterkste onderafdeling van Olympic Brugge. Net voor het einde van de oorlog was het ledenaantal zelfs tot 180 gestegen.

Na de bevrijding in augustus 1944 werd er in Torhout en omstreken duchtig gefeest en bleek de drang naar sporten af te nemen. Het ledenaantal verminderde en ongeveer 2 jaar later smolt S.A.S. samen met A.C. Kortemark en A.C. Lichtervelde die dezelfde problemen kenden.
Zo werd op 26 augustus '46, in het café van wielrenner Tuur Mommerency, Houtland atletiekclub gesticht. Er waren afgevaardigden van de drie verenigingen aanwezig. De eerste voorzitter werd Urbain De Jaeghere (S.A.S.), ondervoorzitter Boedts (A.C. Kortemark), secretaris Roger Haelewyn (S.A.S.) en André Sauer (A.C. Lichtervelde). Verder zetelden in het bestuur Willy Brackez (A.C. Kortemark), Willy Luypaert (A.C. Lichtervelde) en Edmond Geysens (S.A.S.), toenmalig schepen van de stad Torhout.
Eind 1946 had de nieuwe fusieclub slechts 50 vergunningen uitgereikt.
Aansluitingskaart van Daniël Decleir uit 1947

De beginjaren

Om de band tussen drie onderafdelingen te verstevigen werd in 1947 de "Omloop van het Houtland" in het leven geroepen. Het werd een aflossingswedstrijd voor ploegen bestaande uit 3 atleten. Start en aankomst lagen in Torhout.
Een eerste traject eindigde na 6,5 km in Lichtervelde, hier werd door de eerste loper van de ploeg afgelost aan de tweede die het traject van Lichtervelde naar Kortemark diende af te leggen. Dit bedroeg 7,5 km. De laatste loper maakte de lus af door de resterende 7 km tussen Kortemark en Torhout af te leggen.
Door het vriesweer werd de eerste editie voorzien op 9 februari '47 afgelast maar zeker niet in de vergeethoek gelegd en onder voorzitterschap van André Talpe groeide deze wedstrijd uit tot een groot sportgebeuren. Zo konden de atleten bij de aankomst op de markt in Torhout elkaar niet meer voorbij spurten door de grote publieke belangstelling.
Van trainingsplanning was er in die tijd nog geen sprake, iedereen deed maar iets op zijn eentje of soms zelfs helemaal niets. Er was trouwens ook geen specifiek terrein voor handen om de nodige oefeningen uit te voeren.
Op 15 mei 1947 werd door Houtland a.c. voor het eerst deelgenomen aan de interclubcompetitie. In 1954 promoveerde Houtland van de regionale naar de derde landelijke afdeling.
V.l.n.r. Roger Devriese, Ivo Denyft, Daniël Decleir, André Talpe, Dr. F. Boedt & August Jaques

De verdere uitbouw van de club

In 1958 werd de interclubtitel van de 3de nationale afdeling binnen gehaald. Ook mocht Houtland in het begin van de jaren '50 haar eerste Belgische kampioen vieren. Willy Mortier won immers in '51 als cadet en in '52 als scholier de 600m op de nationale kampioenschappen. In '56, als 20-jarige, ontpopte hij zich als de revelatie van het pisteseizoen. Met 49"0 op 400m en vooral 1'51"9 over 800m moest hij dat jaar enkel de duimen leggen voor wereldrecordhouder Roger Moens. Willy Mortier had het pad geëffend want na hem kwamen er nog vele nationale kampioenen uit de rangen van Houtland atletiekclub.
In 1954 mocht er voor de eerste maal in de clubgeschiedenis gejuicht worden om een nationale titel "alle categorieën". Georges Dejonghe, voormalig lid van Sperreghem, kreeg pas in '51 de toelating van Olympic Brugge om zijn transfer naar Torhout te voltrekken. Tijdens zijn lange atletiekloopbaan flirte Georges meermaals met het nationale discusrecord maar haalde het nooit. Wel zou zijn in '58 gevestigde clubrecord (45m71) pas 21 jaar later door Jan Vansteenkiste scherper worden gesteld.

Daniël Decleir en voorzitter KBAB (Mingels F.) Van 1946 tot '75 zou slechts Walter Vanhoutte doordringen tot de nationale top van het afstandslopen. Zowel op de piste als in het veld kon Walter zijn mannetjes staan. Bewijs hiervan zijn de deelnames aan het wereldkampioenschap veldlopen, toen nog "Landencross" genoemd en een tweede plaats op het B.K. 3000m steeple in '64 toen hij enkel wereldrecordhouder Gaston Roelants voor zich moest dulden. Later zou Walter nog een veel nadrukkelijker rol spelen in de clubgeschiedenis, eerst als voorzitter, van 1974 tot 1985, en daarna als secretaris. Ondertussen was in 1963 wel de Torhoutse Paardenmarkt omgevormd tot de, voor de atletiek geschikte, sintelpiste die er lag tot de zomer van 2002. De Torhoutse sintelpiste was tussen 1963 en 1970 één van de beste van ons land. Zo werden er internationale wedstrijden op georganiseerd waar er atleten van ver buiten onze landsgrenzen aan deel namen. Zo was er op 9 september 1963 een 5000m waar Gaston Roelants het Belgisch record naar 13'45"6 scherper stelde en hiermee eveneens de tweede beste wereldprestatie op zijn naam zette.
In 1971 werd het vijfentwintig jarige bestaan van de club gevierd.

De moeilijke jaren

Vanaf 1972 schoten er overal kunststofpistes uit de grond. Torhout bleef echter verstoken van zo'n piste en zo verloor Torhout en Houtland stilaan zijn goede atletiekreputatie. Op de Torhoutse sintelpiste konden geen records meer gelopen worden zodat het enthousiasme van de atleten verdween om in Torhout nog aan wedstrijden deel te nemen. In 1973 beslisten Houtlands onderafdelingen van Tielt en Wingene om, zelfstandig, als A.V. Molenland door het leven te gaan. Ook dit zorgde er niet direct voor dat de club uit de neerwaartse spiraal kon geraken. In 1974 moest er door een tekort aan atleten verzaakt worden aan de interclub waardoor Houtland naar de 5de afdeling degradeerde.

De heropstanding

Walter Vanhoutte, ondertussen voorzitter geworden, maakte dankbaar gebruik van zijn job als leraar lichamelijke opvoeding om massa's tieners tot de atletieksport te bekeren. In het Sint Vincentiusinstituut werd hetzelfde gedaan door Noel Coddens, die enige tijd voordien was aangesteld als trainer.
Steeds meer atleten werden lid van de club en met de hulp van deskundige trainers werden er velen klaargestoomd om mee te draaien aan de nationale top in de verschillende disciplines. Door de uitbouw van de ploegen kon er tijdens de jaarlijkse interclubs regelmatig worden gefeest met de promotie naar een hogere afdeling zodat in 1981 Houtland in de hoogste nationale afdeling mocht post vatten. Ondertussen waren al een hele resem topatleten de revue gepasseerd. Zo was er Marc Borra die 2m22 hoog sprong in de blauw-witte clubkleuren, Jozef Misplon, Johan Vanoost, Dirk Mattheus, Johan Vandelanotte, enz… die allen bij de nationale top van de afstandslopers behoorden.
Wellicht de atleet met het indrukwekkendste palmares is hordeloper Rik Tommelein, niet alleen was hij jaren de beste Belg op 400m horden, ook nam hij, als eerste clubgenoot, deel aan de Olympische spelen van Los Angeles en de twee eerste edities van de wereldkampioenschappen (Helsinki '83 en Rome '87).
In 1988 telde Houtland een maximum van 486 leden en was de club uitgegroeid van een streekploeg naar één van de topploegen van België.

Het verval

Maar een spreekwoord leert ons: na 7 vette jaren komen er 7 magere. Zo ook voor Houtland. Na de successen van eind de jaren '80 begonnen meer en meer Houtlandatleten hun horizon te verleggen en zochten, vooral het financiële, geluk op in andere atletiekclubs. Het zelf aantrekken van andere atleten zorgde wel voor persoonlijke successen waar de club mee in beeld kwam, maar de club zelf had niet meer de uitstraling van weleer. Dit bleek eens te meer toen de club tijdens de interclubwedstrijden stelselmatig naar lagere regionen werd verbannen.
Verschillende voorzitters en bestuurswissels zorgden voor weinig of geen verbetering. Toch kon waren er steeds lichtpuntjes aan het einde van de tunnel. Nog steeds waren er Houtlandatleten die bij de beste van ons land behoorden en met mooie prestaties konden uitpakken.

De opbouw?

Sinds 1997 is er een nieuwe bestuursploeg die de club opnieuw op de atletiekkaart van België probeert te plaatsen.

Voorzitters van Houtland A.C.

1946 - 1948 Urbain De Jaegher, Torhout
1948 - 1967 André Talpe, Kortemark (+ 22/01/1971)
1967 - 1969 Robert Devriese, Torhout
1969 - 1974 August Jaques, Torhout (+ 2008)
1974 - 1985 Walter Vanhoutte, Torhout (+ 2020)
1985 - 1986 Willy Mortier, Knokke (+ 09/07/2001)
1986 - 1987 Johan De Brabandere, Wingene
1987 - 1989 Kris Demanet, Torhout
1989 - 1990 Herman De Keyser, Torhout
1990 - 1991 Ivo Denyft, Kortemark (dd. voorzitter) (+ 24/05/1991)
1991 - 1992 Roland Hollebeke, Ichtegem
1992 - 1997 Rudi Vanneste, Torhout
1997 - 2010 Wilfried Vantyghem, Torhout
2010 - 2011 Greet Meulemeester, Torhout (maart 2010 tot dec 2011 ad interim)
2011 - ...      Greet Meulemeester, Torhout